ECLI:NL:RBBRE:2010:BN2559
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek voorbelasting wegens niet aannemelijke levering en onjuiste factuur
Belanghebbende, een ondernemer, heeft in 2006 een koop-/verkoopovereenkomst gesloten met een andere partij waarbij patenten, ontwerpen en goodwill werden verkocht. De factuur vermeldde een bedrag inclusief omzetbelasting dat belanghebbende als voorbelasting heeft afgetrokken. De inspecteur betwistte de levering en legde een naheffingsaanslag met heffingsrente op.
Tijdens het onderzoek, onder meer door de FIOD-ECD, bleek dat de factuur mogelijk enkel was opgemaakt om liquiditeitsruimte te creëren. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de leveringen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden zoals omschreven in de factuur. Ook werd de transactie later op papier teruggedraaid met een creditfactuur.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat de factuur niet geloofwaardig is en de rechten op de balans van de verkoper een veel lagere waarde hadden. Een beroep op het vertrouwensbeginsel en eerdere jurisprudentie wordt verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting en heffingsrente zijn terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.