ECLI:NL:RBBRE:2010:BN3762
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over vaststelling en vergoeding heffingsrente bij verliesverrekening vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap die het pensioen van haar directeur/aandeelhouder beheert, maakte bezwaar tegen het niet vergoeden van heffingsrente bij een verliesverrekeningsbeschikking over 2007. De rechtbank oordeelt dat ook als de heffingsrente nihil is, deze toch moet worden vastgesteld en vermeld bij de beschikking. Het ontbreken van een afzonderlijke heffingsrentebeschikking betekent niet dat de heffingsrente niet is vastgesteld.
De rechtbank bevestigt dat volgens de wet terecht geen heffingsrente wordt vergoed bij verliesverrekening zoals bepaald in artikel 30g, vierde lid, AWR. Belanghebbendes verzoek om hiervan af te wijken wordt afgewezen omdat de rechter gebonden is aan de wet.
Hoewel het bezwaar terecht is afgewezen, is de uitspraak op bezwaar onvoldoende gemotiveerd, maar dit leidt niet tot gegrondverklaring van het beroep. De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en een bedrag van € 20 aan proceskosten wegens reis- en verblijfkosten van de directeur/aandeelhouder.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en beperkte proceskosten.