ECLI:NL:RBBRE:2010:BN3784
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag loonbelasting en boete wegens omzetverzwijging sekshuis
Belanghebbende, een besloten vennootschap die een sekshuis exploiteert, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting en een vergrijpboete opgelegd na een anoniem vermoeden van omzetverzwijging van 50%. De inspecteur stelde dat een deel van de verzwegen omzet als loon voor de werkneemsters moest worden aangemerkt. De rechtbank sloot zich aan bij de inspecteur maar oordeelde dat de omzetcorrectie gehalveerd moest worden op basis van een gelijktijdige procedure inzake omzetbelasting.
De rechtbank verminderde de naheffingsaanslag loonbelasting van €44.899 naar €22.449 en de boete van €22.450 naar €11.224. De boete werd vastgesteld op 50% van de nageheven loonbelasting, passend geacht gezien de omvang van de verzwegen omzet en de vastgestelde voorwaardelijke opzet. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De rechtbank vond dat de inspecteur terecht de omzetcorrecties aan belanghebbende toerekende en dat de omkering van de bewijslast terecht was toegepast. Belanghebbende had onvoldoende aangetoond dat de aanslagen onjuist waren. De uitspraak werd gedaan door rechter Beukers-van Dooren op 28 juli 2010 en is onherroepelijk na het verstrijken van de beroepstermijn.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting en de boete worden gehalveerd en de inspecteur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.