ECLI:NL:RBBRE:2010:BN3950
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vermogen bij aanvraag WWB-uitkering en schadevergoeding
Eiser vroeg op 8 juni 2009 een bijstandsuitkering aan, terwijl hij een schadevergoeding van in totaal €40.250,- had ontvangen uit een vaststellingsovereenkomst gesloten op 15 juni 2009. Verweerder wees de aanvraag af omdat het vermogen van eiser boven de vermogensvrijstelling van €5.455,- lag, mede door de schadevergoeding.
Eiser stelde dat het bedrag van €30.000,- van de slotuitkering buiten beschouwing moest blijven omdat dit was overgemaakt naar zijn moeder en dat het deel voor verlies aan arbeidsvermogen (€9.540,-) betrekking had op een periode vóór de bijstandsaanvraag. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bedrag als vermogen rekende, maar ten onrechte het gehele verlies aan arbeidsvermogen meerekende, waardoor het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege dit motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat eiser feitelijk beschikte over een vermogen van minstens €15.060,-, hoger dan de vrijstelling. Daarnaast werd vastgesteld dat de schuld aan zijn moeder niet in aanmerking kon worden genomen vanwege onzekerheid over terugbetaling.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak benadrukt de zorgvuldigheid bij vermogensvaststelling en de toepassing van de WWB-regels omtrent schadevergoedingen en schulden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.