ECLI:NL:RBBRE:2010:BN9811
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep erfgenamen tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2007
De zaak betreft een beroep van twee erfgenamen tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2007, opgelegd aan hun overleden familielid. Een derde erfgenaam wilde het beroep intrekken, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet mogelijk was vanwege de strekking van artikel 44 van Pro de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR).
De kern van het geschil betrof de waarde van een perceel behorend tot het ondernemingsvermogen van de erflater. De inspecteur stelde een hogere waarde vast dan de erfgenamen, die verwezen naar een lagere waarde en een vaststellingsovereenkomst. De rechtbank achtte de inspecteur geslaagd in zijn bewijslast en vond de taxatiewaarde van € 90.000 aannemelijk, vastgesteld door gecertificeerde taxateurs.
De rechtbank wees het beroep deels toe door de aanslag ambtshalve te verminderen naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 246.133. Tevens veroordeelde zij de inspecteur in de proceskosten van € 437 en het griffierecht van € 41. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd na ambtshalve vermindering, met veroordeling van de inspecteur in proceskosten.