ECLI:NL:RBBRE:2010:BO2659
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van onzakelijke betalingen aan Gibraltar-vennootschap
Belanghebbende, een onderneming actief in facilitair onderhoud en detacheringswerkzaamheden, deed betalingen aan een naar het recht van Gibraltar opgerichte vennootschap, [onderneming I]. De inspecteur stelde dat deze vennootschap geen wezenlijke prestaties leverde en dat de betalingen onzakelijk waren, bedoeld ter bevrediging van persoonlijke behoeften van de uiteindelijke aandeelhouder, [B].
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een belangengemeenschap en dat [B] de economische belanghebbende was. Uit verklaringen en stukken bleek dat personeel formeel in dienst was van Nederlandse vennootschappen, maar via [onderneming I] werd uitgeleend aan belanghebbende. De inspecteur had aannemelijk gemaakt dat de betalingen aan [onderneming I] grotendeels onzakelijk waren en winstontwijking betroffen.
De rechtbank matigde de aanslag door rekening te houden met zakelijke kosten en een redelijke vergoeding (cost-plus 5%) voor [onderneming I]. De verzuimboete verviel vanwege undue delay, terwijl de vergrijpboete werd verlaagd van 100% naar 20%, omdat listigheid niet was aangetoond en er sprake was van een lange procedure.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot betaling van proceskosten en wees het beroep gegrond, waarbij de aanslag, boetes en heffingsrente werden aangepast.
Uitkomst: Aanslag vennootschapsbelasting verminderd tot €123.489, verzuimboete vervallen, vergrijpboete verlaagd naar 20%, en proceskosten toegekend.