ECLI:NL:RBBRE:2010:BO2970
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijstandsuitkering aan rechtmatig verblijvende EU-burger op grond van WWB en EU-richtlijn
Verzoekers, bestaande uit een Nederlandse bijstandsgerechtigde en zijn Duitse echtgenote, vroegen om herziening van de bijstandsuitkering naar de gehuwdennorm. Verweerder wees dit af omdat verzoekster niet als economisch actief werd beschouwd.
De voorzieningenrechter beoordeelde het recht op bijstand aan de hand van artikel 11 lid 2 WWB Pro en artikel 24 van Pro Richtlijn 2004/38/EG. Verzoekster verblijft rechtmatig in Nederland als EU-burger en valt niet onder de uitzonderingen voor sociale bijstand gedurende de eerste drie maanden, de verlengde zoekperiode of studerenden.
Daarom heeft zij recht op gelijke behandeling als Nederlandse ingezetenen. Het standpunt van verweerder dat het economisch niet-actief zijn bijstandsverlening uitsluit, werd verworpen. Het is aan de IND om te beoordelen of bijstand gevolgen heeft voor het verblijfsrecht.
De voorzieningenrechter besloot een voorlopige voorziening toe te wijzen, waarbij verweerder wordt opgedragen de bijstand naar de gehuwdennorm te verstrekken vanaf 28 juni 2010. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Verzoekers krijgen bijstand toegekend volgens de norm voor gehuwden vanaf 28 juni 2010.