ECLI:NL:RBBRE:2010:BO5164
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op aftrek voorbelasting bij belaste verhuur van bedrijfsruimte in woonhuis
Belanghebbende verhuurt twee kamers in zijn woonhuis aan zijn BV en heeft bij de aangifte over het tweede kwartaal 2008 volledige aftrek van voorbelasting gevorderd die verband houdt met de bouw van het woonhuis. De inspecteur weigerde dit en verleende slechts teruggaaf van de voorbelasting die in dat kwartaal was gefactureerd.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende ondernemer is in de zin van de Wet op de omzetbelasting omdat de verhuur van de bedrijfsruimte een duurzame exploitatie van een vermogensbestanddeel betreft. De verhuur vindt plaats aan een werknemer van de BV, voor een langere periode, en de bedrijfsruimte wordt economisch zelfstandig gebruikt, ondanks dat het een onzelfstandig deel van het woonhuis betreft.
Verder is de verhuur belaste verhuur, waarbij belanghebbende op grond van een huurovereenkomst en een besluit van de Staatssecretaris van Financiën heeft geopteerd voor belaste verhuur. De rechtbank bevestigt dat het vertrouwen in de belaste verhuur gerechtvaardigd was.
Ten aanzien van de hoogte van de teruggaaf is het recht op aftrek beperkt tot de omzetbelasting die in het tweede kwartaal 2008 is verschuldigd, conform de Zesde richtlijn en de Wet. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en verleent een teruggaaf van € 13.519. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Belanghebbende is ondernemer voor de omzetbelasting en krijgt teruggaaf van voorbelasting over het tweede kwartaal 2008 van € 13.519.