ECLI:NL:RBBRE:2010:BP1913
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de kansspelbelastingheffing over exploitatie van speelautomaten
Belanghebbende, exploitant van speelautomaten, betwist de aanslag kansspelbelasting en voert onder meer aan dat het belastbare feit niet duidelijk in de wet is omschreven, zij het feit niet heeft verricht, de heffing een verkapte BTW is en dat er sprake is van schending van het Eerste Protocol bij het EVRM.
De rechtbank oordeelt dat het belastbare feit ondubbelzinnig het exploiteren van kansspelautomaten betreft, zoals blijkt uit de Wet op de kansspelbelasting en de Wet op de kansspelen. De stelling dat belanghebbende niet tot de grondslag gerechtigd is, wordt verworpen omdat de belasting wordt geheven over het verschil tussen inzetten en prijzen ongeacht wie deze ontvangt of uitkeert.
Verder is de kansspelbelasting geen verkapte BTW-heffing omdat zij niet voldoet aan de cumulatieve voorwaarden voor BTW en slechts één fase van het proces belast. Ook is er geen strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, aangezien de belastingheffing voldoende toegankelijk, voorzienbaar en proportioneel is en een legitiem doel dient.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het vonnis is gewezen door drie rechters en de griffier en kan binnen zes weken worden bestreden bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag kansspelbelasting wordt ongegrond verklaard.