ECLI:NL:RBBRE:2010:BP1987
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de heffing van kansspelbelasting over exploitatie van speelautomaten
Belanghebbende, exploitant van speelautomaten, betwist de aanslag kansspelbelasting over het tijdvak juli 2008. Zij voert onder meer aan dat het belastbare feit niet duidelijk is omschreven, dat zij het feit niet heeft verricht, dat de belasting een verkapte BTW is en dat er sprake is van schending van het Eerste Protocol bij het EVRM.
De rechtbank oordeelt dat uit de Wet op de kansspelbelasting en de Wet op de kansspelen ondubbelzinnig blijkt dat het exploiteren van kansspelautomaten het belastbare feit is. De stelling dat de wet het belastbare feit expliciet moet aangeven, wordt verworpen. De rechtbank stelt verder vast dat het niet uitmaakt wie de inzetten ontvangt en wie de prijzen uitkeert; de exploitant is belastingplichtige.
De rechtbank verwerpt de stelling dat de kansspelbelasting een verkapte BTW is, omdat niet aan de cumulatieve voorwaarden van de BTW-richtlijn wordt voldaan. Ook is er geen strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat de belastingheffing voldoende toegankelijk, voorzienbaar en proportioneel is en een legitiem doel dient.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst de aanslag kansspelbelasting toe. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag kansspelbelasting wordt ongegrond verklaard.