ECLI:NL:RBBRE:2010:BP2618
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aftrek eigen woning vanwege zakelijk recht gebruik en bewoning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2007, met name tegen de afwijzing van de aftrek voor de eigen woning. De woning was verdeeld in drie gedeelten, waarbij belanghebbende het linkergedeelte bewoonde en de schoonmoeder het middengedeelte. De eigendom van de woning was belast met een zakelijk recht van gebruik en bewoning ten behoeve van de schoonouders.
De rechtbank stelde vast dat de zakelijke lasten en belastingen op het vastgoed volgens de akte voor rekening van de schoonmoeder zijn en blijven, ook al betaalde belanghebbende deze kosten daadwerkelijk. Dit betekent dat de kosten niet op belanghebbende drukken in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001, waardoor niet voldaan is aan het eigenwoningbegrip.
De rechtbank verwierp het beroep van belanghebbende en wees ook het verzoek om een integrale proceskostenvergoeding af, mede omdat belanghebbende niet in zijn belang was geschaad door het niet horen. De uitspraak bevestigt dat het zakelijk recht van gebruik en bewoning en de feitelijke betalingsverhoudingen bepalend zijn voor de toepassing van de eigenwoningsregeling.
Uitkomst: Het beroep op aftrek eigen woning wordt ongegrond verklaard omdat de lasten op de schoonmoeder drukken.