ECLI:NL:RBBRE:2011:BP3526
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen WOZ-waarde woning ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, die door de gemeente was vastgesteld op €209.000 voor het belastingjaar 2010. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens onvoldoende motivering. Belanghebbende stelde dat het bezwaar wel degelijk gemotiveerd was, met een indicatie dat de waarde niet hoger kon zijn dan €150.000 op basis van administratieve gegevens.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift voldoende was gemotiveerd en dat de aankondiging van een nadere motivering niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden. Tijdens de zitting bereikten partijen overeenstemming over een aangepaste waarde van €192.000. De rechtbank vernietigde de eerdere beslissingen op bezwaar, stelde de WOZ-waarde vast op €192.000 en paste de aanslag onroerende-zaakbelastingen dienovereenkomstig aan.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €1.699,80 en de taxatiekosten van €389,30, die redelijk en niet onredelijk werden bevonden. De uitspraak werd gedaan door rechter W.A.P. van Roij op 19 januari 2011 en is openbaar gemaakt op 1 februari 2011.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de WOZ-waarde werd ontvankelijk verklaard en de waarde werd verminderd naar €192.000 met vergoeding van proces- en taxatiekosten.