ECLI:NL:HR:2000:AA6597
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake motivering bezwaarschrift naheffingsaanslag premieheffing volksverzekeringen
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor de premieheffing volksverzekeringen over 1989, inclusief een verhoging van honderd procent. Tegen deze aanslag en de verhoging maakte belanghebbende bezwaar, maar werd niet-ontvankelijk verklaard door de inspecteur en dit werd bevestigd door het hof. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het hof oordeelde dat het bezwaarschrift van 30 december 1994 onvoldoende gemotiveerd was en kwalificeerde het als een proformabezwaarschrift. De Hoge Raad stelt echter dat de motivering in het bezwaarschrift voldeed aan de eisen van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, ook al was een nadere motivering aangekondigd maar niet gegeven.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep en wordt het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift.