ECLI:NL:RBBRE:2011:BP3636
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen onvoorwaardelijk strafontslag politieagent wegens plichtsverzuim
Verzoeker, een politieagent met een dienstverband sinds 1977, werd onvoorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim na een verkeersincident waarbij hij een voor aangeefster bedreigende situatie zou hebben gecreëerd. Eerder had hij al een schriftelijke berisping en een laatste waarschuwing gekregen vanwege onacceptabel gedrag en privégebruik van politiesystemen.
Na het verkeersincident op 26 maart 2010 deed aangeefster aangifte van bedreiging. Uit onderzoek en geluidsopnames blijkt dat verzoeker zich niet als politieagent presenteerde maar als burger, en dat hij aangeefster dwong te stoppen en de situatie liet voortduren door niet te voldoen aan het verzoek legitimatie te tonen. Hoewel verzoeker de bedreiging ontkent, acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat hij een bedreigende situatie heeft veroorzaakt en laten voortduren.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het plichtsverzuim verzoeker kan worden toegerekend en dat verweerder bevoegd was een disciplinaire straf op te leggen. Gezien eerdere waarschuwingen en berispingen acht de voorzieningenrechter een zwaardere straf verdedigbaar, maar twijfelt aan de evenredigheid van het onvoorwaardelijk ontslag omdat niet vaststaat dat verzoeker daadwerkelijk bedreigend heeft gehandeld.
De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen, het ontslagbesluit geschorst en de salarisbetaling voortgezet tot de beslissing op het bezwaar. Verzoeker krijgt vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het onvoorwaardelijk strafontslag geschorst met voortzetting van salarisbetaling.