ECLI:NL:RBBRE:2011:BP5309
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan belang bij belastingaanslag 2004
Belanghebbende, een onderneemster met een evenementenbureau, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2004 en de daarbij in rekening gebrachte heffingsrente. Na een boekenonderzoek stelde de inspecteur het belastbaar inkomen aanzienlijk lager vast en verminderd de heffingsrente, maar wees de aftrek van reis-, verblijf- en representatiekosten voor 2004 af. De inspecteur kwam tijdens de beroepsfase geheel aan de bezwaren tegemoet, maar formaliseerde dit nog niet.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende geen belang meer heeft bij het beroep omdat zij door de toezegging van de inspecteur niet in een gunstiger positie kan komen. Dit ondanks dat de vermindering formeel nog niet was verleend ten tijde van de zitting. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt zij de inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte reis- en verletkosten in verband met de zitting.
Het verzoek om proceskostenvergoeding in de bezwaarprocedure wordt afgewezen omdat dit niet tijdig is ingediend. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak. De uitspraak is gedaan door rechter W.A.P. van Roij en griffier M.J.M. Mies op 2 februari 2011.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, met vergoeding van reis- en verletkosten aan belanghebbende.