ECLI:NL:RBBRE:2011:BP6468
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beschikking inlenersaansprakelijkheid vernietigd wegens ontbreken toezicht bij schoonmaakwerkzaamheden
Belanghebbende, een BV gevestigd in Nederland, maakte gebruik van schoonmaakdiensten van schoonmaakbedrijf Y in de periode februari 2007 tot en met februari 2008. Na het faillissement van schoonmaakbedrijf Y werd belanghebbende aansprakelijk gesteld voor een deel van de niet-betaalde loon- en omzetbelasting van schoonmaakbedrijf Y.
De kern van het geschil was of de werknemers van schoonmaakbedrijf Y als ter beschikking gesteld aan belanghebbende konden worden beschouwd in de zin van artikel 34 Invorderingswet Pro 1990. De rechtbank stelde vast dat de schoonmakers hun werkzaamheden rechtstreeks in opdracht van schoonmaakbedrijf Y uitvoerden en niet onder toezicht of leiding van belanghebbende stonden.
De rechtbank baseerde dit onder meer op de offerte, het logboek en de feitelijke gang van zaken waarbij er geen direct contact was tussen schoonmakers en belanghebbende en de bedrijfsleiding van schoonmaakbedrijf Y de contacten onderhield. Ook het feit dat belanghebbende een voorkeur had uitgesproken voor bepaalde schoonmakers veranderde hier niets aan.
Gelet hierop oordeelde de rechtbank dat geen sprake was van terbeschikkingstelling van werknemers en vernietigde de beschikking aansprakelijkstelling. Tevens werd de ontvanger veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De beschikking aansprakelijkstelling wordt vernietigd omdat de schoonmaakwerkzaamheden niet onder toezicht of leiding van belanghebbende zijn verricht.