ECLI:NL:RBBRE:2011:BR5212
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid inlenersaansprakelijkheid voor niet-betaalde loon- en omzetbelasting schoonmaakbedrijf
Belanghebbende, exploitant van een groothandel, liet de schoonmaak van haar bedrijfsruimten uitvoeren door een schoonmaakbedrijf. De Belastingdienst stelde belanghebbende aansprakelijk voor niet-betaalde loon- en omzetbelasting van het schoonmaakbedrijf op grond van inlenersaansprakelijkheid volgens artikel 34 IW Pro 1990.
De rechtbank beoordeelde of sprake was van inlening van personeel. Belanghebbende verklaarde dat de overeenkomst gericht was op het resultaat van schoonmaak, dat de vergoeding gebaseerd was op een schatting van uren, zonder controle achteraf, en dat het schoonmaakbedrijf zelf personeel kon inzetten. De rechtbank vond deze verklaringen geloofwaardig en concludeerde dat er geen inlening was.
De ontvanger kon de bewijslast voor inlening niet voldoende aantonen, mede omdat het ontbreken van het contract geen reden was voor omkering van de bewijslast. De rechtbank vernietigde de beschikking aansprakelijkstelling en veroordeelde de ontvanger in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aansprakelijkstelling en oordeelt dat belanghebbende niet aansprakelijk is voor de belastingschuld van het schoonmaakbedrijf.