ECLI:NL:RBBRE:2011:BP6986
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing afwaardering vordering dubieuze debiteuren en kostenposten vennootschapsbelasting 2007
Belanghebbende, een varkenshandelaar, maakte bezwaar tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2007 vanwege correcties waaronder afwaardering van dubieuze debiteuren en diverse kostenposten. De rechtbank onderzocht of het bestaan van de vordering op de failliete afnemer [Y] aannemelijk was gemaakt. Uit het faillissementsverslag en de administratieve stukken bleek dat betalingen grotendeels contant en ongedocumenteerd waren, waardoor de kasadministratie onvoldoende betrouwbaar was om het bestaan van de vordering te onderbouwen.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij ultimo 2007 nog een vordering op [Y] had, zodat de afwaardering ten laste van de winst niet gerechtvaardigd was. Daarnaast werd beoordeeld of de betaalde juridische kosten via [onderneming B] terecht ten laste van de winst konden worden gebracht. Vanwege onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over de toerekening van kosten, werd slechts een forfaitair bedrag van € 5.000 aan aftrek toegelaten.
Andere correcties zoals brandstofkosten, eurovignetten en boetes werden niet betwist en bleven gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en verminderde de aanslag vennootschapsbelasting tot een belastbaar bedrag van € 248.298. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting tot een belastbaar bedrag van € 248.298.