ECLI:NL:RBBRE:2011:BP8683
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorziening milieu-investeringen en afwaardering vordering dochtermaatschappij
Belanghebbende, een varkenshouderij, verzocht om een voorziening te mogen vormen voor noodzakelijke milieu-investeringen in het kader van de IPPC-richtlijn en AMvB-huisvesting. De rechtbank oordeelde dat deze investeringen niet voortvloeiden uit de bedrijfsuitoefening in het betreffende jaar, maar bedoeld waren voor toekomstige bedrijfsvoering en pas in de toekomst nut zouden opleveren.
Daarnaast leverde belanghebbende biggen aan haar Duitse dochtermaatschappij (GmbH) en wilde zij de interne verrekenprijs op basis van een nacalculatie verlagen en de vordering op de GmbH afwaarderen. De rechtbank stelde vast dat de gehanteerde verrekenprijs zakelijk was en dat het feit dat een latere nacalculatie hogere opfokkosten toonde, niet betekent dat de prijs destijds onzakelijk was.
Verder werd niet aannemelijk gemaakt dat de vordering op de GmbH moest worden afgewaardeerd, ondanks het negatieve vermogen van de GmbH in 2005. De rechtbank verwees naar de aflossingen en winst die de GmbH maakte, waardoor geen reden was om de vordering lager te waarderen.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de verzoeken van belanghebbende af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de verzoeken tot voorziening en afwaardering worden afgewezen.