ECLI:NL:RBBRE:2011:BP9988
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.L.M. van Kempen
- A.A. den Hartog
- W.A.P. van Roij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorziening voor bodemverontreiniging en advocaatkosten op balansdatum
Belanghebbende exploiteerde een varkensbedrijf in maatschapsverband en verkocht in 2005 en 2006 delen van het bedrijf. In 2008 werd geconstateerd dat er asbesthoudende bouwmaterialen in de bodem aanwezig waren, wat leidde tot aansprakelijkstelling door de koper [C].
Belanghebbende wilde op de balansdatum 31 december 2005 een voorziening vormen voor de kosten van bodemsanering en advocaatkosten. De rechtbank toetste dit aan het Baksteen-arrest van de Hoge Raad, waarin is bepaald dat er een redelijke mate van zekerheid moet zijn dat de uitgaven zich in de toekomst zullen voordoen.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende deze redelijke mate van zekerheid niet aannemelijk heeft gemaakt. Op de balansdatum bestond geen verplichting tot schadevergoeding en was er nog geen gerechtelijke procedure. De latere feiten uit 2008 en 2011 konden niet worden teruggeprojecteerd naar 2005.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat geen redelijke mate van zekerheid bestond op de balansdatum dat kosten voor bodemsanering en advocaatkosten zich zouden voordoen.