ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ0038
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bezwaar onroerendezaakbelasting vastgesteld
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de beschikking waarbij zijn onroerende zaak werd gewaardeerd en de bijbehorende aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB) 2010 werd opgelegd. De heffingsambtenaar van de gemeente Moerdijk had een vergoeding van €203,25 toegekend voor kosten van rechtsbijstand en een deskundige.
De rechtbank oordeelde dat de zaak niet van zeer lichte aard was, maar van gemiddeld gewicht, waardoor de forfaitaire vergoeding voor rechtsbijstand hoger moest zijn dan door verweerder toegekend. Tevens werd vastgesteld dat de deskundige 3,5 uur had gewerkt tegen een redelijk tarief van €50 per uur, inclusief BTW.
Op grond hiervan stelde de rechtbank de totale proceskostenvergoeding vast op €644,75, waarvan reeds €203,25 was vergoed, zodat nog €441,50 aan belanghebbende moest worden betaald. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. de Werd en griffier I. van Wijk op 23 februari 2011. Tegen deze uitspraak kon binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank stelde de proceskostenvergoeding vast op €644,75 en veroordeelde verweerder tot betaling van €441,50 aan belanghebbende.