ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1418
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en proceskostenvergoeding na bezwaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door verweerder was vastgesteld op €244.000 per 1 januari 2009. De aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB) 2010 was op basis van deze waarde opgelegd. Tijdens de procedure bereikten partijen overeenstemming over een lagere waarde van €224.000, waarop de rechtbank het beroep gegrond verklaarde en de waarde en aanslag dienovereenkomstig verminderde.
Er was een geschil over de hoogte van de proceskostenvergoeding die verweerder aan belanghebbende moest betalen. De rechtbank oordeelde dat de zaak als gemiddeld moest worden aangemerkt met een wegingsfactor 1, omdat sprake was van een inhoudelijke beoordeling van de WOZ-waarde. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom een lagere wegingsfactor passend zou zijn.
Ten aanzien van de taxatiekosten stelde de rechtbank vast dat de vergoeding redelijk moest zijn. Verweerder stelde een uurtarief van €50 voor en een tijdsbesteding van 2,5 uur, wat belanghebbende onvoldoende betwistte. De rechtbank stelde de vergoeding van het taxatierapport daarom vast op €148,75 inclusief BTW. De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €585,75, inclusief griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. de Werd en griffier M.J.M. Mies op 18 maart 2011. Partijen kregen de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De WOZ-waarde werd verminderd naar €224.000 en de aanslag OZB aangepast, met toekenning van proceskostenvergoeding van €585,75 aan belanghebbende.