ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ3309
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.A.P. van Roij
- A.A. den Hartog
- M.L.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag loonbelasting wegens gebrekkige loonadministratie en onrechtmatige vergoedingen
Belanghebbende exploiteert een uitzendbureau en richtte in 2005 een dochtermaatschappij op. Beide vennootschappen werden onderworpen aan een boekenonderzoek en een strafrechtelijk onderzoek, waarna naheffingsaanslagen loonbelasting werden opgelegd over verschillende jaren. De rechtbank constateerde ernstige gebreken in de loonadministratie, waaronder ontbrekende kilometerlijsten, onjuiste kilometervergoedingen, oncontroleerbare weekend- en lunchvergoedingen, en onduidelijkheden rond heffingskortingen.
De bewijslast werd omgedraaid vanwege het niet voldoen aan de administratieve verplichtingen volgens artikel 52 van Pro de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR). De inspecteur mocht de loonheffing beoordelen op basis van een steekproef die volgens de rechtbank correct was opgezet en uitgevoerd. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de vergoedingen rechtmatig waren, noch dat er sprake was van een in rechte te beschermen vertrouwen.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht de naheffingsaanslagen handhaafde, omdat de vergoedingen niet aannemelijk waren gemaakt en de loonbelastingverklaringen waren gemanipuleerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslagen loonbelasting wordt ongegrond verklaard.