ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ3834
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bezwaarfase WOZ-waarde onroerende zaak toegewezen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van een onroerende zaak en verzocht om proceskostenvergoeding over de bezwaarfase. Verweerder had de WOZ-waarde verminderd en een beperkte proceskostenvergoeding toegekend, maar stelde dat kosten van het taxatierapport niet vergoed behoefden te worden en dat een wegingsfactor van 0,5 toegepast moest worden.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende door het instellen van beroep niet in een slechtere positie mag komen en dat de proceskostenvergoeding daarom niet verminderd kan worden. De rechtbank erkende dat de kosten van het taxatierapport, ondanks de summiere inhoud, voor vergoeding in aanmerking komen. Ook werd vastgesteld dat de vergoeding voor rechtsbijstand op basis van no cure no pay geen misbruik van procesrecht vormt.
De rechtbank stelde de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase vast op €436 inclusief de taxatiekosten en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van het beroep van €874, waardoor het totaal op €1.310 komt. Tevens werd het betaalde griffierecht van €41 aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van €1.310 aan belanghebbende voor proceskosten van de bezwaarfase en het beroep.