ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5689
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling BTW bij intracommunautaire verwerving van tandprothesen door tandartsen en tandtechnici
Belanghebbende, een tandartsenpraktijk, verwierf in 2008 tandprothesen uit Duitsland zonder BTW te voldoen, omdat de Duitse leverancier vrijstelling toepaste. De inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag, heffingsrente en boete op. Belanghebbende stelde dat deze intracommunautaire verwervingen (icv’s) vrijgesteld zijn van BTW conform artikel 17e van de Wet OB en de BTW Richtlijn.
De rechtbank oordeelde dat de vrijstelling voor leveringen van tandprothesen door tandartsen en tandtechnici ook geldt voor icv’s, omdat de levering in Nederland aan deze ondernemers vrijgesteld is. Een andere uitleg zou strijdig zijn met het neutraliteitsbeginsel en het heffingsevenwicht van de BTW Richtlijn. De rechtbank vernietigde daarom de naheffingsaanslag, heffingsrente en boetebeschikking.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en gelastte vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is onherroepelijk indien binnen zes weken geen hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag, heffingsrente en boetebeschikking en verklaart het beroep van belanghebbende gegrond.