ECLI:NL:HR:2005:AO7684
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad schorst zaak en vraagt prejudiciële beslissing over btw-vrijstelling tandprothesen
Belanghebbende, een onderneming die tandprothesen levert door deze te laten vervaardigen door derden, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1996-1998. De Inspecteur stelde dat belanghebbende geen recht op aftrek had voor leveringen aan in Nederland gevestigde tandartsen, maar wel voor leveringen aan tandartsen buiten Nederland, mits aan bepaalde voorwaarden werd voldaan.
Het Hof oordeelde dat de prestaties van belanghebbende niet vielen onder de vrijstelling voor tandtechnici omdat belanghebbende zelf geen gediplomeerde tandtechnici in dienst had en slechts opdrachten verstrekte aan derden. Wel was de levering van tandprothesen vrijgesteld op grond van de nationale wetgeving vanaf 1 december 1997, zonder eis aan de hoedanigheid van de leverancier. Het Hof stelde de naheffingsaanslag aanzienlijk bij.
De Hoge Raad onderzoekt of de Zesde richtlijn zo moet worden uitgelegd dat ook de levering door een belastingplichtige die het vervaardigen uitbesteedt, onder de vrijstelling valt. Daarnaast is de vraag of bij leveringen aan lidstaten die deze vrijstelling niet toepassen, het recht op aftrek van omzetbelasting geldt. De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële beslissingen over deze uitleggingsvragen.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de cassatieprocedure en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitleg over de btw-vrijstelling voor leveringen van tandprothesen.