ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5749
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek beperkte kennisneming stukken in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van diverse op de zaak betrekking hebbende stukken. Belanghebbenden hadden verzocht om volledige inzage, maar de inspecteur beroept zich op artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om delen van deze stukken af te schermen.
De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en een belangenafweging gemaakt tussen het belang van belanghebbenden bij openbaarheid en de zwaarwegende belangen van de inspecteur, zoals bescherming van persoonsgegevens, het belang van effectieve opsporing en controlestrategische overwegingen. De rechtbank concludeert dat de door de inspecteur opgevoerde redenen zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden.
Verschillende documenten, waaronder aanbiedingsbrieven, nota's, bijlagen, proces-verbalen en memo's, zijn deels geschoond en deels geheim gehouden. Belanghebbenden hebben op onderdelen geen bezwaar gemaakt tegen de anonimisering. De rechtbank bevestigt dat de beperking van kennisneming gerechtvaardigd is en dat de inspecteur terecht een beroep doet op artikel 8:29 Awb Pro.
De procedure vond plaats bij de rechtbank Breda, waarbij ook een geheimhoudingskamer betrokken was. De uitspraak is een tussenbeslissing die niet eerder kan worden aangevochten dan samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van stukken door de inspecteur op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is.