ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5794
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzoek tot beperkte kennisneming van stukken in belastingzaak wegens bescherming persoonsgegevens en controlestrategie
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van diverse stukken die betrekking hebben op navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen. Belanghebbenden verzochten om volledige inzage, maar de inspecteur beriep zich op artikel 8:29 Awb Pro om bepaalde gegevens te anonimiseren en geheim te houden.
De rechtbank heeft de stukken integraal bestudeerd en een belangenafweging gemaakt tussen het recht van belanghebbenden op kennisneming en de door de inspecteur aangevoerde zwaarwegende belangen, zoals de bescherming van persoonsgegevens van derden, het belang van effectieve opsporing en vervolging, en de betrekkingen met andere staten. De rechtbank concludeert dat de anonimiseringsmaatregelen en gedeeltelijke geheimhouding gerechtvaardigd zijn.
De rechtbank benadrukt dat het recht op kennisneming geen absoluut recht is en dat de inspecteur op grond van artikel 8:42 Awb Pro verplicht is tot volledige openbaring tenzij zwaarwichtige redenen dit verhinderen. De belangen van de Belastingdienst bij een effectieve controle en de bescherming van privacy wegen zwaarder dan het belang van belanghebbenden bij volledige openbaring van de gegevens.
De zaak is behandeld in een geheimhoudingskamer, waarbij proces-verbaal is opgemaakt. De beslissing is dat het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro slaagt en de beperking van kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is. Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van stukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is en wijst het beroep van de inspecteur toe.