ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5807
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding stukken in belastingzaak op grond van artikel 8:29 Awb
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden. Belanghebbenden hebben beroep ingesteld tegen deze aanslagen en verzocht om volledige inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder documenten uit België en diverse bijlagen.
De inspecteur heeft een aantal stukken geschoond overgelegd en vervolgens een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van de ongeschoonde versies op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en een belangenafweging gemaakt tussen het recht van belanghebbenden op kennisneming en de zwaarwegende belangen van de inspecteur bij geheimhouding.
De rechtbank concludeert dat de geheimhouding van persoonsgegevens van derden, controlestrategische overwegingen en het belang van de betrekkingen met andere staten gerechtvaardigde redenen zijn om bepaalde gegevens af te schermen. Belanghebbenden hebben zich niet tegen de anonimisering verzet, en de rechtbank acht de belangen van de inspecteur zwaarder dan het belang van belanghebbenden bij volledige openbaring.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en verwezen naar de geheimhoudingskamer, waar partijen zijn gehoord. De beslissing is dat de beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is, zodat het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro slaagt.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is en wijst het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb toe.