ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5809
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding op grond van artikel 8:29 Awb in belastingzaak
De inspecteur heeft in een belastingzaak navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden, die hiertegen beroep instelden. Belanghebbenden verzochten inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder diverse documenten uit België en proces-verbalen van controles. De inspecteur overhandigde geschoonde versies en deed een verzoek om beperkte kennisneming van ongeschoonde stukken op grond van artikel 8:29 Awb Pro.
De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en afgewogen of het belang van belanghebbenden bij volledige inzage zwaarder weegt dan het belang van de inspecteur bij geheimhouding. De rechtbank concludeert dat de inspecteur terecht persoonsgegevens en controlestrategische informatie afschermt, omdat het belang van bescherming van derden en een effectieve controle zwaarder weegt dan het belang van belanghebbenden.
De rechtbank heeft onder meer geoordeeld dat namen, adressen, telefoonnummers en andere persoonsgegevens van derden en ambtenaren mogen worden afgeschermd. Ook documenten die de interne controle- en identificatiestrategie van de Belastingdienst betreffen, mogen geheim blijven. Belanghebbenden hebben geen zwaarwegend belang gesteld dat deze geheimhouding moet worden opgeheven.
De rechtbank wijst het beroep van belanghebbenden op volledige inzage af en verklaart het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro gegrond. De beslissing is genomen op 18 maart 2011 en is een tussenbeslissing die pas met het hoger beroep tegen de einduitspraak kan worden aangevochten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht stukken deels geheimhoudt op grond van artikel 8:29 Awb.