ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5996
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzoek tot beperkte kennisneming van stukken in belastingzaak
De inspecteur heeft in een belastingzaak navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden, die hiertegen beroep instelden. Belanghebbenden verzochten om volledige inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder documenten uit België en diverse bijlagen. De inspecteur overhandigde geschoonde versies van deze stukken en deed een verzoek om beperkte kennisneming van de ongeschoonde versies op grond van artikel 8:29 Awb Pro.
De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en een afweging gemaakt tussen het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid en het belang van de inspecteur bij geheimhouding. Hierbij werden onder meer de bescherming van persoonsgegevens, het belang van effectieve opsporing en vervolging, en de betrekkingen met andere staten betrokken. De rechtbank concludeerde dat de geheimhouding van diverse gegevens, zoals namen, adressen en telefoonnummers, gerechtvaardigd is.
Tijdens de zitting werd het onderzoek geschorst en verwezen naar de geheimhoudingskamer, waar partijen werden gehoord. De rechtbank benadrukte dat het recht op kennisneming geen absoluut recht is en dat zwaarwegende redenen geheimhouding kunnen rechtvaardigen. Uiteindelijk wees de rechtbank het beroep van de inspecteur toe en verklaarde dat de beperking van kennisneming gerechtvaardigd is, waarmee het verzoek van de inspecteur slaagt.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van stukken door de inspecteur gerechtvaardigd is op grond van artikel 8:29 Awb.