ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6246
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek beperkte kennisneming stukken in belastingzaak op grond van artikel 8:29 Awb
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van diverse stukken die betrekking hebben op navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen. Belanghebbenden vorderden volledige inzage in onder meer Belgische inlichtingen, nota's, bijlagen, chikwadraattoetsgegevens en berekeningen van redelijke schattingen.
De rechtbank heeft onderzocht of de inspecteur terecht een beroep doet op artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om bepaalde gegevens, zoals namen, adressen en contactgegevens, af te schermen. Hierbij heeft de rechtbank een belangenafweging gemaakt tussen het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid en het belang van de inspecteur bij geheimhouding vanwege bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische overwegingen en internationale betrekkingen.
De rechtbank concludeert dat de inspecteur zwaarwegende belangen heeft om de betreffende gegevens af te schermen. Belanghebbenden hebben zich niet verzet tegen de anonimisering van persoonsgegevens en de rechtbank acht de bescherming van deze gegevens en het belang van een effectieve controle zwaarder dan het belang van belanghebbenden bij openbaring.
Het onderzoek vond plaats in een geheimhoudingskamer en de stukken zijn deels in geschoonde vorm aan belanghebbenden verstrekt. De rechtbank wijst het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro toe en verklaart de beperking van kennisneming van de stukken gerechtvaardigd. Tegen deze beslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht een beroep doet op artikel 8:29 Awb en verklaart de beperking van kennisneming van de stukken gerechtvaardigd.