ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6248
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Suppletieaangifte omzetbelasting als niet-ontvankelijk bezwaar wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, een ondernemer voor de omzetbelasting, diende een suppletieaangifte in voor het jaar 2008 met een terug te vragen bedrag van €955.286. De inspecteur had eerder op de reguliere aangiften over augustus en september 2008 een afwijzende beschikking gegeven vanwege het ontbreken van recht op aftrek van voorbelasting.
De inspecteur kwalificeerde de suppletieaangifte als een bezwaarschrift tegen de eerdere beschikking en verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. Belanghebbende betwistte deze kwalificatie en stelde dat het een correctie op eerdere aangiften betreft.
De rechtbank oordeelde dat het wettelijke stelsel geen suppletieaangifte kent en dat de ingediende suppletie moet worden aangemerkt als een bezwaar. Omdat de suppletie pas op 24 december 2009 werd ingediend, ruim na het verstrijken van de zeswekentermijn na de beschikking van 16 januari 2009, is het bezwaar niet tijdig en derhalve niet-ontvankelijk.
De rechtbank verwierp het verweer van belanghebbende dat zij niet in verzuim was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beslissing op de suppletieaangifte omzetbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.