ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6264
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding stukken in belastingzaak op grond van artikel 8:29 Awb
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak hebben belanghebbenden beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd door de inspecteur. Belanghebbenden verzochten om volledige inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder informatie uit België en diverse bijlagen.
De inspecteur heeft een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van bepaalde stukken op grond van artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarbij delen van documenten werden geanonimiseerd om persoonsgegevens en controlestrategische informatie te beschermen. De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en een belangenafweging gemaakt tussen het belang van belanghebbenden bij openbaarheid en het belang van de inspecteur bij geheimhouding.
De rechtbank concludeert dat de inspecteur terecht beroep doet op artikel 8:29 Awb Pro voor de geheimhouding van namen, adressen, telefoonnummers, e-mailadressen en andere persoonsgegevens, alsmede voor controlestrategische informatie. De belangen van de inspecteur en de bescherming van persoonsgegevens wegen zwaarder dan het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid. De rechtbank verklaart de beperking van kennisneming van de stukken gerechtvaardigd, zodat het beroep van de inspecteur slaagt.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van stukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is en wijst het beroep van belanghebbenden op volledige openbaarheid af.