ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6283
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding op grond van artikel 8:29 Awb in belastingzaak
De zaak betreft een geschil tussen belanghebbenden en de inspecteur van de Belastingdienst over navorderingsaanslagen en boetes. Belanghebbenden vorderden volledige inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder documenten afkomstig uit België en diverse bijlagen met persoonsgegevens en controle-informatie.
De inspecteur heeft een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van bepaalde stukken op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), met als redenen de bescherming van persoonsgegevens, het belang van effectieve opsporing en vervolging, controlestrategische overwegingen en het belang van internationale betrekkingen.
De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en geoordeeld dat de geheimhouding van de gespecificeerde gedeelten gerechtvaardigd is. De belangen van de inspecteur bij geheimhouding wegen zwaarder dan het belang van belanghebbenden bij volledige openbaring, mede omdat de openbaar gemaakte stukken voldoende inzicht bieden in de besluitvorming. De rechtbank heeft de beperking van kennisneming bevestigd en het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is en wijst het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb toe.