ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6296
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding stukken in belastingzaak op grond van artikel 8:29 Awb
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak hebben belanghebbenden beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd door de inspecteur. Belanghebbenden verzochten om volledige inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder documenten uit België en diverse bijlagen.
De inspecteur heeft een aantal stukken geschoond overgelegd en daarnaast een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van ongeschoonde versies van bepaalde documenten op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft deze stukken in de geheimhoudingskamer beoordeeld en een belangenafweging gemaakt tussen het belang van belanghebbenden bij openbaarheid en het belang van de inspecteur bij geheimhouding.
De rechtbank concludeert dat de door de inspecteur aangevoerde zwaarwegende belangen, zoals bescherming van persoonsgegevens van derden, controlestrategische overwegingen en internationale betrekkingen, zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid. Daarom is de beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd en slaagt het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro.
De rechtbank heeft de geschoonde versies van de stukken aan belanghebbenden verstrekt en geen kennis genomen van de ongeschoonde stukken. Tegen deze beslissing kan niet afzonderlijk beroep worden ingesteld, maar alleen samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van stukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is en wijst het beroep van de inspecteur toe.