ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6299
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding en beperkte kennisneming in belastingzaak over navorderingsaanslagen
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden, die hiertegen beroep instelden. De inspecteur verzocht om beperkte kennisneming van diverse stukken, waaronder documenten uit België, proces-verbalen en bijlagen met persoonsgegevens, op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft de stukken integraal bestudeerd en een afweging gemaakt tussen het belang van belanghebbenden bij volledige inzage en het belang van de inspecteur bij geheimhouding vanwege bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische overwegingen en internationale betrekkingen. De rechtbank concludeerde dat de inspecteur zwaarwegende belangen had om bepaalde gegevens, zoals namen, adressen en contactgegevens, te anonimiseren en niet volledig openbaar te maken.
Belanghebbenden hadden geen bezwaar tegen de anonimisering van de persoonsgegevens en erkenden het belang van de inspecteur bij geheimhouding van controlestrategische informatie. De rechtbank bevestigde dat het recht op kennisneming geen absoluut recht is en dat de bescherming van privacy en effectieve belastingcontrole zwaarder wegen.
De rechtbank bepaalde dat de beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is en wees het beroep van de inspecteur op artikel 8:29, eerste lid, van de Awb toe. De beslissing werd genomen op 18 maart 2011 door rechter M.M. de Werd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van de kennisneming van stukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is en wijst het beroep van de inspecteur toe.