ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6300
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding stukken in belastingzaak inzake beperkte kennisneming
De inspecteur heeft in een belastingzaak navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden, die hiertegen beroep hebben ingesteld. Belanghebbenden verzochten om volledige inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder documenten uit België en diverse bijlagen.
De inspecteur heeft een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van bepaalde stukken op grond van artikel 8:29, eerste lid, Awb, met als redenen onder meer bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische overwegingen en het belang van internationale betrekkingen. De rechtbank heeft de stukken bestudeerd en een afweging gemaakt tussen het belang van belanghebbenden bij openbaarheid en het belang van de inspecteur bij geheimhouding.
De rechtbank concludeert dat de door de inspecteur opgevoerde redenen zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden, waardoor de beperking van kennisneming gerechtvaardigd is. Dit betreft onder meer namen, contactgegevens en bedrijfsgegevens in diverse documenten, memo's en proces-verbalen. De rechtbank wijst tevens verzoeken om aanvullende stukken af, omdat deze niet relevant of niet aanwezig zijn.
De uitspraak is gedaan door rechter M.M. de Werd op 18 maart 2011 en betreft een beslissing als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, Awb. Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is en het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb slaagt.