ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6301
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzoek tot beperkte kennisneming van stukken in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van diverse stukken die betrekking hebben op navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen. Belanghebbenden hadden verzocht om volledige inzage in alle stukken, waaronder inlichtingen uit België, nota's, bijlagen, en gegevens met betrekking tot de chikwadraattoets en redelijke schatting.
De rechtbank heeft de stukken beoordeeld op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en heeft een belangenafweging gemaakt tussen het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid en het belang van de inspecteur bij geheimhouding. De inspecteur voerde onder meer bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische overwegingen en het belang van internationale betrekkingen aan als zwaarwegende redenen.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht beperkte kennisneming toepast op diverse stukken, waaronder de Belgische aanbiedingsbrief, bijbehorende nota's en bijlagen, gegevens over de chikwadraattoets, memo's en het draaiboek van het Bank Zonder Naam-project. De belangen van de inspecteur bij geheimhouding werden als zwaarder beoordeeld dan het belang van belanghebbenden bij openbaring. Tevens werd bevestigd dat het recht op kennisneming geen absoluut recht is en dat de inspecteur gehouden is tot volledige openbaarheid tenzij zwaarwegende redenen zich verzetten.
De rechtbank bepaalde dat de beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is en wees het beroep van de inspecteur op artikel 8:29, eerste lid, van de Awb toe. Tegen deze tussenbeslissing kan geen afzonderlijk beroep worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht beperkte kennisneming toepast en wijst het beroep op artikel 8:29 Awb toe.