ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6303
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding en beperkte kennisneming van stukken in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden, die hiertegen beroep hebben ingesteld. De inspecteur heeft een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van diverse op de zaak betrekking hebbende stukken, waarbij bepaalde gegevens zijn geanonimiseerd of geheimgehouden op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en gewogen of het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid zwaarder weegt dan de zwaarwegende redenen van de inspecteur voor geheimhouding, zoals de bescherming van persoonsgegevens van derden, controlestrategische belangen en internationale betrekkingen. De rechtbank concludeert dat de inspecteur terecht een beroep doet op artikel 8:29 Awb Pro voor diverse documenten, waaronder Belgische aanbiedingsbrieven, nota's, bijlagen, proces-verbalen en memo's.
Belanghebbenden hebben zich niet verzet tegen de anonimisering van persoonsgegevens en erkennen het belang van de inspecteur bij het beschermen van privacy en effectieve controle. De rechtbank stelt vast dat het recht op kennisneming geen absoluut recht is en dat de belangenafweging in deze zaak leidt tot het toestaan van beperkte kennisneming. De beslissing is genomen na behandeling in de geheimhoudingskamer en kan pas samen met het hoger beroep op de einduitspraak worden aangevochten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van stukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is.