ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ7189
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing stamrechtvrijstelling op pensioenvoorziening directeur
Belanghebbende, een BV, stelde een pensioenvoorziening ten behoeve van haar directeur mevrouw X vast op €120.251 per 31 december 2004, vermeerderd met rente. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op omdat hij meende dat de stamrechtvrijstelling niet van toepassing was op deze aanspraak.
De rechtbank oordeelde dat mevrouw X in 2004 een afdwingbaar recht had op deze pensioenvoorziening en dat dit recht niet eerder, zoals in 1999, was ontstaan omdat toen de omvang nog onvoldoende was gekwantificeerd. De voorziening was een ouderdomspensioen en geen vervanging van gederfd loon.
Daarom was de stamrechtvrijstelling, die alleen geldt voor aanspraken ter vervanging van gederfd of te derven loon, niet van toepassing. De overeenkomst van 2007 inzake een stamrechtovereenkomst kon dit oordeel niet veranderen. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de stamrechtvrijstelling niet van toepassing is op de pensioenvoorziening van de directeur.