ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ7526
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing BPM-tarief inclusief CO2-component bij invoer gebruikte auto uit Duitsland in 2010
Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen de BPM-heffing bij invoer van een gebruikte Audi A4 uit Duitsland in 2010, stellende dat het tarief inclusief CO2-component leidt tot discriminatie en oneerlijke concurrentie ten opzichte van eerder ingevoerde voertuigen. De inspecteur wees het bezwaar af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank Breda.
De rechtbank onderzocht of het sinds 1 januari 2010 geldende BPM-systeem, waarbij de CO2-component is opgenomen in de heffing, in strijd is met artikel 110 van Pro het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VvEU). De rechtbank oordeelde dat de BPM een totaalbedrag is en dat toetsing moet plaatsvinden op het totaalbedrag, zonder onderscheid naar samenstelling. De regeling is niet in strijd met het EU-recht omdat lidstaten niet verplicht zijn het meest gunstige tarief toe te passen.
Verder stelde de rechtbank vast dat de door belanghebbende berekende handelsinkoopwaarde van €16.628 aannemelijk is, wat leidt tot een verschuldigde BPM van €4.533. Gezien het reeds betaalde bedrag van €5.766 heeft belanghebbende recht op teruggaaf van €1.233. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bezwaar en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt teruggaaf BPM van €1.233 wegens toepassing van het tarief inclusief CO2-component bij invoer gebruikte auto in 2010.