ECLI:NL:GHSHE:2012:BX9463
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over BPM-heffing en artikel 110 VWEU bij registratie gebruikte personenauto
Belanghebbende kocht een gebruikte personenauto die in 2006 in Duitsland in gebruik werd genomen en in 2010 in Nederland registreerde, waarbij BPM werd voldaan. Zij betwist de BPM-heffing die sinds 2010 mede afhankelijk is van CO2-uitstoot, omdat vergelijkbare tweedehands auto’s die vóór 2010 zijn geregistreerd niet aan deze heffing zijn onderworpen, wat volgens haar strijdig is met artikel 110 VWEU Pro.
De Rechtbank Breda verklaarde het beroep gegrond en verleende gedeeltelijke teruggaaf BPM. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heropende het onderzoek en stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU over de vraag of de CO2-afhankelijke BPM-heffing een nieuwe belasting is en hoe het restbedrag van BPM moet worden berekend voor vergelijkbare gebruikte auto’s.
Het Hof overwoog uitgebreid de wetsgeschiedenis, de relevante artikelen van de Wet BPM en de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU, met name het arrest Tatu (C-402/09). Het hof constateerde twijfel over de juiste toepassing van artikel 110 VWEU Pro op de CO2-afhankelijke BPM-heffing en besloot het geding te schorsen totdat het Hof van Justitie uitspraak doet. Tevens werd het verzoek om vergoeding van kosten van bezwaar toegewezen.
Uitkomst: Het Hof houdt de beslissing aan en verzoekt het Hof van Justitie EU om prejudiciële uitspraak over de toepassing van artikel 110 VWEU op de BPM-heffing.