ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ9965
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet-naleving meldingsplicht betalingsonmacht
Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslag loonheffing van [onderneming A] B.V. over februari 2004, inclusief een boete, op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990. De vennootschap was failliet verklaard en ontbonden, waarbij de zoon van belanghebbende formeel bestuurder was.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de beschikking, dat werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde hij beroep in bij de rechtbank Breda. De ontvanger concludeerde tot vernietiging van de beschikking wegens onduidelijkheid over de juiste hoogte van de naheffing. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking en wees proceskosten toe.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar dat de aansprakelijkheid verminderd moest worden tot het bedrag waarvoor niet aan de meldingsplicht betalingsonmacht was voldaan. Het vertrouwen dat de beschikking niet zou worden opgelegd, gebaseerd op een brief en telefonisch contact, werd niet erkend als in rechte te beschermen. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, zonder bijzondere omstandigheden die een integrale vergoeding rechtvaardigen.
De uitspraak is gedaan door drie rechters en griffier, en is openbaar uitgesproken op 25 mei 2011. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De beschikking bestuurdersaansprakelijkheid is verminderd en de proceskosten aan belanghebbende toegekend.