ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ9971
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet-naleving meldingsplicht betalingsonmacht
Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor belastingschulden van [onderneming H] B.V. op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende als feitelijk bestuurder kan worden aangemerkt, mede gelet op zijn betrokkenheid bij het bestuur en de bedrijfsvoering.
De rechtbank stelt vast dat een rechtsgeldige melding van betalingsonmacht is gedaan op 18 oktober 2004, waardoor het wettelijke vermoeden van onbehoorlijk bestuur slechts geldt voor belastingschulden tot dat moment. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het niet voldoen aan de meldingsplicht niet aan hem te wijten is, zodat hij aansprakelijk blijft voor dat deel van de schuld.
Voor de overige belastingschulden is onvoldoende bewijs geleverd voor kennelijk onbehoorlijk bestuur. Ook is niet aannemelijk dat belanghebbende aansprakelijk is voor boeten, invorderingsrente en kosten. De rechtbank veroordeelt de ontvanger tot vergoeding van een deel van de proceskosten van belanghebbende.
Het beroep wordt gegrond verklaard, de beschikking verminderd tot € 13.724 en de uitspraak op bezwaar vernietigd. De ontvanger wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling wordt verminderd tot € 13.724 wegens niet-naleving meldingsplicht betalingsonmacht; overige aansprakelijkheid wordt afgewezen.