ECLI:NL:RBBRE:2011:BR0241
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Römers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering wegens openstaande bijzondere rechtsgang bij strafrechter
Eiser vordert dat de Staat zich onthoudt van de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis van de politierechter, omdat hij tegen dat vonnis hoger beroep heeft ingesteld. De Staat voert aan dat eiser niet ontvankelijk is, omdat artikel 557 Sv Pro een bijzondere en snelle rechtsgang biedt bij de voorzieningenrechter van de strafkamer, die met voldoende waarborgen is omkleed.
De rechtbank onderzoekt de toepasselijkheid van artikel 557 Sv Pro en de vraag welke voorzieningenrechter bevoegd is om het verzoek te behandelen. De tekst en wetsgeschiedenis maken duidelijk dat het verzoek moet worden behandeld door de voorzieningenrechter van de strafkamer, niet door de civiele voorzieningenrechter in kort geding. Dit is een strafrechtelijke procedure met waarborgen die vergelijkbaar zijn met een kort geding.
De rechtbank concludeert dat eiser een adequate rechtsgang openstaat bij de strafrechter en verklaart hem daarom niet ontvankelijk in zijn vordering bij de burgerlijke rechter. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Eiser wordt niet ontvankelijk verklaard omdat een bijzondere rechtsgang openstaat bij de strafrechter.