ECLI:NL:RBBRE:2011:BR0681
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding gebruiksnormen Meststoffenwet bevestigd
Eiser stelde beroep in tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de staatssecretaris van Economische Zaken wegens het overtreden van de gebruiksnormen van de Meststoffenwet in 2007. De kern van het geschil betrof de vraag of landbouwgrond in Zeeland, die eiser huurde maar niet feitelijk gebruikte, mocht worden meegerekend bij de bedrijfsoppervlakte.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen feitelijke beschikkingsmacht had over de Zeeuwse percelen, aangezien hij deze niet bewerkte, bemestte of gebruikte en ook geen pachtsom betaalde. Derhalve mocht deze grond niet worden meegerekend bij de berekening van de gebruiksnormen. De boete werd berekend op basis van de overschrijding van de normen voor dierlijke meststoffen, stikstof en fosfaat.
Eiser voerde aan dat hij een civielrechtelijke overeenkomst had en dat de grondgebruikersverklaring voldoende was, wat de rechtbank verwierp. Ook het beroep op derogatie werd afgewezen omdat het bedrijf niet voldeed aan de voorwaarden voor een verhoogde gebruiksnorm. De rechtbank zag geen aanleiding voor matiging van de boete en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €32.211,50 wegens overschrijding van meststofgebruiksnormen en verklaart het beroep ongegrond.