ECLI:NL:RBBRE:2011:BR0692
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens ontbreken concrete legaliseringsmogelijkheid lichtmasten
Eiseres, een vennootschap, had zes lichtmasten rondom een paardenbak geplaatst zonder daarvoor een bouwvergunning te hebben. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Breda, legde een last onder dwangsom op en handhaafde dit besluit na bezwaar. Eiseres stelde dat de lichtmasten onderdeel waren van de bouwvergunning van de paardenbak en dat legalisering mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de lichtmasten vergunningplichtige bouwwerken zijn, los van de paardenbak, en dat verweerder bevoegd was handhavend op te treden op grond van de oude Woningwet. Het bestreden besluit dateert van na 1 oktober 2010, waardoor het nieuwe recht van de Wabo geldt voor de beoordeling van legaliseringsmogelijkheden. Verweerder had echter nagelaten te onderzoeken of legalisering mogelijk was, waardoor het besluit een motiverings- en onderzoeksgebrek vertoonde.
De rechtbank constateerde dat de lichtmasten niet passen binnen het bestemmingsplan en dat verweerder bevoegd is om in afwijking daarvan een vergunning te verlenen, maar dat verweerder dit niet wilde doen vanwege handhavingsbeleid tegen illegale bouwwerken en lichtvervuiling. Er was geen sprake van willekeur of schending van het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot last onder dwangsom wordt vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.