ECLI:NL:RBBRE:2011:BR1988
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Louwerse
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigen schuld en bewijsvoering autogordeldragende inzittenden na verkeersongeval
Op 30 augustus 2003 waren verzoekers als achterbankpassagiers betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval in Breda, waarbij zij hersenletsel opliepen. Achmea erkende aansprakelijkheid voor het ongeval, maar stelde dat verzoekers geen autogordel droegen, wat eigen schuld oplevert en de schadevergoeding vermindert.
De rechtbank overwoog dat Achmea de bewijslast draagt voor het niet dragen van de gordel en het causaal verband met het letsel. De stellingen van Achmea werden gemotiveerd betwist door verzoekers, waardoor bewijsvoering toegestaan werd in deze deelgeschilprocedure vanwege het financiële belang en de mogelijkheid tot minnelijke regeling.
De rechtbank concludeerde dat indien verzoekers geen gordel droegen, dit aan hen toegerekend moet worden. Het hersenletsel wordt voorshands geacht mede veroorzaakt door het niet dragen van de gordel. De bestuurder reed met een aanzienlijk hogere snelheid dan toegestaan, wat voor 75% aan de schade bijdraagt, terwijl het niet dragen van de gordel voor 25% aansprakelijk is.
Gezien de ernst van het gedrag van de bestuurder en het letsel van verzoekers, past de rechtbank een billijkheidscorrectie toe en bepaalt dat Achmea 90% van de schade moet vergoeden, terwijl 10% voor rekening van verzoekers blijft. Verdere bewijslevering wordt aangehouden.
Uitkomst: Achmea moet 90% van de schade vergoeden, terwijl 10% voor rekening van verzoekers blijft wegens eigen schuld.