ECLI:NL:RBBRE:2011:BR5922
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking inkomensvoorziening wegens onredelijke huisbezoekplicht WIJ
Eiser ontving vanaf 1 juli 2010 een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Verweerder trok deze voorziening per 28 oktober 2010 in vanwege vermeende onjuiste gegevensverstrekking en het weigeren van medewerking aan een huisbezoek. Dit huisbezoek was ingesteld naar aanleiding van heimelijke waarnemingen waarbij de auto van eiser niet in de buurt van zijn woning werd aangetroffen, en twijfels over zijn financiële situatie.
De rechtbank oordeelt dat er geen redelijke grond bestond voor het huisbezoek, omdat er geen gerede twijfel was over de woonsituatie en minder belastende verificatiemethoden beschikbaar waren voor de financiële situatie. Daarnaast kan de intrekking van de inkomensvoorziening niet worden gebaseerd op artikel 40, derde lid, aanhef en onder a, van de WIJ voor schending van de medewerkingsplicht.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit tot intrekking van de inkomensvoorziening. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de inkomensvoorziening wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen.